Pedagogisch Kader 

Ieder kind beschikt ook over basiscompetenties om zich verder te ontwikkelen. Deze vaardigheden moeten naarmate het kind opgroeit de kans krijgen zich te ontwikkelen. Kinderen groeien onder meer door te spelen en te onderzoeken.

Ieder kind is uniek met eigen interesses en talenten. Daarom heeft ieder kind dan ook een eigen benadering nodig. Hoe het kind deze talenten ontwikkelt hangt af van de eigen interesses. Maar ook de omgeving en de maatschappij waarin een kind opgroeit vormen het kind in belangrijke mate.

Ik vind het belangrijk om ieder kind te zien als uniek. Ieder kind heeft zijn eigen ontwikkeling en de een gaat sneller dan de ander. Door in te springen op de ontwikkeling van het kind en met het kind te volgen in zijn/ haar ontwikkeling heeft elk kind de ruimte om zich te ontwikkelen op eigen niveau en eigen tempo.

Tevens werk ik met VVE KiKi t.w. Kansen In Kinderen kortweg KiKi genaamd. Deze Veelzijdige, Vroegschoolse Educatie is een werkwijze die erg aanslaat bij alle kinderen. Een speelse manier om kinderen te laten ervaren wat er allemaal in hun leventje te vinden is. Dit alles met behulp van een beer en die heet KiKi. KiKi helpt bij de taalontwikkeling maar ook stimuleert het de kinderen om hun omgeving te leren ontdekken.

Ik ben natuurlijk wel alert als een kind achterblijft of juist niet in zijn of haar ontwikkeling en kan daar dan op in springen. In overleg met de ouders kan ik een kindvolgsysteem aanleggen voor het kind. Door de meerdere leeftijden die samen komen in mijn opvang leert jong van oud en andersom.

Er zijn 4 pedagogische doelen waarmee ik dit probeer na te streven.

Pedagogische doelen van mijn opvang.

Het opvoeddoel: emotionele veiligheid

Het eerste en meest basale opvoeddoel van kinderopvang ’t Vlaggetje is: “Kinderen voelen zich emotioneel veilig in de opvang”

Het is belangrijk dat een kind zich veilig en op zijn gemak voelt in de opvang. Als hier niet aan voldaan kan worden zal het kind zich terugtrekken of juist voortdurend grenzen opzoeken in zijn zoektocht naar voorspelbaarheid en houvast. Een kind dat zich veilig voelt gaat spelen, ontdekken en leren. Kortom: emotionele veiligheid is het eerste en belangrijkste opvoeddoel in de kinderopvang.

In de praktijk:

Ik werk aan emotionele veiligheid door het vaste gezicht en aanspreekpunt van een kind te zijn. Ik heb aandacht voor de individuele behoeftes van een kind en ga in op zijn of haar vragen. Als een kind moeite heeft met wennen vraag ik bijvoorbeeld vertrouwde knuffels of speelgoed mee te nemen Ik geef een kind het gevoel dat het er mag zijn.

Naast het vaste gezicht van de gastouder dragen ook de andere bekende kinderen bij aan emotionele veiligheid. Hierdoor krijgt een kind de kans om vriendschappen te ontwikkelen. Door groepsactiviteiten te doen waarbij er aandacht is voor elkaars plezier en verdriet leert een kind om te gaan met de emoties van een ander en ontstaat er een groepsgevoel.

De inrichting van de opvangruimte is kindvriendelijk, bekend en vertrouwd. Een kind kan er veilig en ongestoord spelen. Er is speelgoed dat past bij de leeftijd. Ook is er aandacht voor de fysieke veiligheid van kinderen. Jaarlijks worden de ruimtes gecontroleerd op veiligheid en hygiëne.

Tot slot draagt de dagstructuur bij aan de emotionele veiligheid van een kind. Er is een herkenbaar dagritme waarbinnen ruimte is voor (spontane) activiteiten. Bij de activiteiten wordt rekening gehouden met de behoeften en de ontwikkeling van een kind. Er is aandacht voor de gewoontes en rituelen van een kind, maar ook voor specifieke “life-events” zoals de geboorte van een broertje of zusje. Hierdoor voelt een kind zich thuis bij de gastouder.

Het opvoeddoel: persoonlijke competenties ontwikkelen.

Het tweede opvoeddoel dat Kinderopvang ’t Vlaggetje nastreeft is: “Kinderen de gelegenheid bieden persoonlijke competenties te ontwikkelen”

Persoonlijke competenties zijn eigenschappen zoals zelfstandigheid, zelfvertrouwen ,zelfkennis, flexibiliteit, veerkracht en creativiteit. Door te spelen en experimenteren ontwikkelen kinderen persoonlijke competenties, waarmee ze zich kunnen aanpassen aan verschillende situaties en problemen kunnen oplossen. Het is belangrijk om deze al jong te ontwikkelen zodat kinderen later goed in de maatschappij kunnen meedoen.

In de praktijk:

Spel is een belangrijk middel om persoonlijke competenties zoals zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit te ontwikkelen. Kinderen oefenen en perfectioneren vaardigheden tijdens het spel. Spelen is daarom een waardevol leermoment. Kinderen leren flexibel in te springen op een spelsituatie, iets wat ze later als volwassene ook moeten kunnen.

De inrichting van de opvangruimte, het speelgoed en de activiteiten stimuleren ook de persoonlijke competenties. Het speelgoed en de activiteiten passen bij de leeftijd- en ontwikkelingsniveau van het kind. Gastouderopvang biedt kinderen bij uitstek een veilige, maar ook dynamische omgeving.

Ik ken de kinderen goed en weet precies wat ze moeilijk vinden. Ik kan daarom goed inspringen op de individuele behoeften en interesses van de kinderen. Ik ondersteun de kinderen in hun ontdekkingstocht naar hoe de wereld werkt. Ik stuur kinderen door vragen te stellen, aanwijzingen te geven of door juist niets te zeggen.

Het opvoeddoel: sociale competenties ontwikkelen

Het derde opvoeddoel dat Kinderopvang ’t Vlaggetje nastreeft is: “Kinderen de gelegenheid bieden sociale competenties te ontwikkelen”

Met sociale competenties worden sociale kennis en vaardigheden bedoeld, zoals samenwerken, communiceren, zich in een ander verplaatsen, ruzies voorkomen of oplossen. Kinderen groeien op in een gemeenschap en behoren vaak tot groepjes. Om in deze groepen goed te kunnen functioneren is het belangrijk dat kinderen sociale competenties ontwikkelen.

Hoewel kinderen sommige sociale kennis of competenties al bezitten, krijgen ze in het spel veel gelegenheid om te oefenen. Zo breiden ze hun sociale kennis uit. Ik luister, stimuleer, observeer en geef het goede voorbeeld en grijp in als dat nodig is. Ik zorg voor een vertrouwde en veilige groepssfeer.

In de praktijk:

Doordat er meerdere opvangkinderen aanwezig zijn hebben kinderen bijna altijd een paar speelkameraadjes met wie ze sociale competenties oefenen en uitbreiden. Door de kleinschaligheid van de gastouderopvang kennen de kinderen elkaar goed. Kinderen communiceren beter als ze elkaar goed kennen. Het spel verdiept zich.

Daarnaast hebben kinderen bij mij ook vaak met een jonger of ouder kind te maken. Dit geeft kinderen veel gelegenheid om zich te verplaatsen in anderen. Ze leren hulpvaardig te zijn voor de jongste kinderen, ze leren van de vaardigheden van de oudere kinderen. Ze leren van de verhalen en ervaringen van anderen. Daarmee zijn kinderen elkaars eerste en belangrijkste opvoeder.

Ik, als tweede opvoeder, heb de taak om het samen spelen in goede banen te leiden. Dit vergt pedagogisch inzicht. Ik moet op de juiste momenten ingrijpen en het goede voorbeeld geven als de situatie uit de hand loopt. Op andere momenten trek ik mij juist terug zodat de kinderen leren wat wel en niet werkt om een situatie op te lossen. De gastouder stimuleert activiteiten waarbij kinderen samen spelen of elkaar moeten helpen.

Het opvoeddoel: eigen maken van normen en waarden.

Het vierde opvoeddoel dat Kinderopvang ’t Vlaggetje nastreeft is: “Kinderen de gelegenheid bieden zich normen en waarden eigen te maken”

Kinderen leren al vroeg de normen en waarden kennen van het gezin waarin ze opgroeien. Ze weten al snel wat wel en niet kan of mag. Zo leren ze bijvoorbeeld dat schoppen niet mag en dat samen speelgoed delen juist gewaardeerd wordt. Ze maken zich deze normen en waarden eigen. Als kinderen ouder worden, wordt hun leefomgeving groter en leren ze dat er elders soms andere normen en waarden gelden.

Hier ligt een belangrijke taak voor de kinderopvang: kinderen leren dat andere normen en waarden niet per definitie slechter of beter zijn. Afhankelijk van de reacties uit hun omgeving leren ze de grenzen van goed en slecht en komt de morele ontwikkeling op gang. Ik heb hier een belangrijke voorbeeldfunctie in.

In de praktijk:

Ik draag net als ouders in de praktijk op veel verschillende manier normen en waarden over aan kinderen. Dit varieert van omgangsvormen, niet weggaan zonder gedag te zeggen, tot praktische situaties, zoals handen wassen nadat je naar het toilet bent geweest. Soms verschillen de normen en waarden bij de gastouder met die van de ouders. Dit is voor kinderen erg leerzaam. Vaak kunnen kinderen prima omgaan met verschillende regels en normen. Als het voor problemen zorgt, zal de gastouder met ouders afspraken maken over hoe hier mee om te gaan.

Doordat gastouders en kinderen met elkaar praten over leuke of verdrietige ervaringen ontstaan er groepsnormen en waarden. Er is aandacht voor de verschillende gebruiken en feestdagen van kinderen uit verschillende culturen. Er zijn afspraken over het respecteren van kinderen die anders zijn. Ook hierin stimuleer ik de morele ontwikkeling van kinderen.